Dit verandert op 1 januari (voor jouw portemonnee)

© ANP XTRA

Dit verandert op 1 januari (voor jouw portemonnee)

Op 1 januari verandert er weer veel als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving, en door het belastingplan van het kabinet dat deels in werking treedt. Wat betekenen die veranderingen voor jouw portemonnee? Een selectie uit de vele maatregelen:

Tanken flink duurder

© ANP XTRA

Net als vorig jaar wordt de prijs aan de pomp weer hoger. Niet alleen de benzineprijs stijgt, diesel en LPG stijgen mee. Automobilisten betalen onder de streep ruim een halve euro meer voor een volle tank benzine. De accijns op benzine Euro95 E10s stijgt met meer dan 1 cent per liter (0,0126 euro p/l). Diesel stijgt met meer dan een halve cent per liter (0,00793 euro p/l). In het geval van LPG wordt het bedrag per liter verhoogd met iets meer dan een kwart cent (0,00298 euro p/l). Op 1 januari 2023 gaat de accijns op diesel opnieuw met 1 cent omhoog. Met deze extra opbrengsten wil het kabinet de kosten betalen van maatregelen voor een beter klimaat.

,,Het argument voor deze accijnsverhoging is de inflatie – door de overheid vastgesteld op 1,6 procent. Dat de overheid de accijnsverhoging ook nog eens belast met 21 procent BTW wordt voor het gemak vergeten. Daardoor wordt uw tankbeurt een halve euro duurder’’, aldus Paul van Selms van UnitedConsumers, een consumentenadviescentrum.

Rokers duurder uit

Pakjes sigaretten in een schap.

Pakjes sigaretten in een schap. © ANP

Niet alleen brandstof wordt duurder, ook rokers zijn volgend jaar duurder uit. Een pakje Marlboro Red met daarin twintig sigaretten kost op dit moment 7 euro. De accijns op een dergelijk pakje gaat 1 januari omhoog met 14 eurocent. Op 1 april komt daar nog eens een hele euro bij. De hoge accijnzen op sigaretten zijn onderdeel van het plan van de Nederlandse overheid om in 2040 een generatie rookvrij te laten opgroeien. Het doel is de prijs verder te verhogen tot 10 euro in 2023.

Bijtelling voor elektrische leaseauto’s

Een oplaadpunt voor elektrische auto’s.

Een oplaadpunt voor elektrische auto’s. © ANP

Ook stijgt de bijtelling voor elektrische leaseauto’s van 4 naar 8 procent, al hoeft tot 2025 geen motorrijtuigenbelasting (mrb) en aanschafbelasting (bpm) betaald te worden voor een elektrische auto. Ondanks de verhoging blijft de bijtelling voor elektrische auto’s lager dan die voor benzine- of dieselauto’s.

Eigenaren van een oudere dieselauto betalen vanaf 1 januari 2020 een fijnstoftoeslag van 15 procent op de motorrijtuigenbelasting (wegenbelasting). Fijnstof, zoals roet, is slecht voor het klimaat en onze gezondheid. De overheid wil daarom het bezit en het gebruik van vervuilende auto’s minder aantrekkelijk maken. Voor een gemiddelde auto die op diesel rijdt, en tussen de 1350 en 1450 kilo weegt, kost dat 225 euro per jaar.

Belasting op aardgas geleidelijk hoger, energierekening omlaag

Wat vervuilender is voor het milieu wordt zwaarder belast: de belasting op aardgas gaat omhoog, die op elektriciteit omlaag. De belastingvermindering, een vast bedrag per energieaansluiting dat wordt afgetrokken van de energiebelasting, gaat omhoog. Voor huishoudens met een gemiddeld gebruik daalt het belastingdeel van de energierekening van huishoudens in 2020 met 100 euro.

Twee belastingschijven

Vanaf 2020 gaan belastingplichtigen met een inkomen tot en met 68.507 euro over hun inkomen 37,35 procent belasting betalen, voor het inkomen daarboven is dit 49,50 procent. Ook worden de arbeidskorting en de algemene heffingskorting extra verhoogd. Iemand die 25.000 euro per jaar verdient gaat er door deze veranderingen 375 euro op vooruit in 2020. Bij een inkomen van 45.000 euro per jaar is dit 640 euro, bij een inkomen van 65.000 euro per jaar is dit 680 euro. Of iemand er op vooruit gaat of niet, hangt uiteindelijk ook af van veranderingen in zijn of haar persoonlijke situatie en van de ontwikkelingen van de economie. Zo meldt het Ministerie van Financiën.

Eigen woning

© ANP XTRA

In 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek geleidelijk verder afgebouwd als het inkomen meer is dan 68.507 euro. De aftrekbare kosten voor de eigen woning kunnen vanaf volgend jaar tegen maximaal 46 procent worden afgetrokken, dit is een verlaging van 3 procentpunt ten opzichte van 2019. Deze verlaging geldt ook voor andere aftrekposten als het inkomen meer is dan 68.507 euro.

Voor woningen met een waarde tussen de 75.000 en 1.090.000 euro daalt het eigenwoningforfaitpercentage naar 0,60 procent. Voor iemand die in een huis met een WOZ-waarde van 300.000 euro woont, daalt het forfait hierdoor van 1950 euro (2019) naar 1800 euro (2020).

Zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren stapsgewijs teruggebracht tot 5000 euro. Per 1 januari 2020 wordt de zelfstandigenaftrek verlaagd van 7280 euro naar 7030 euro. Hiermee wil het kabinet de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner maken.

Fiets van de zaak

© ANP XTRA

Vanaf 1 januari 2020 wordt de fiets van de zaak een stuk aantrekkelijker door een versimpeling van de fiscale fietsregeling voor woon-werkverkeer. De werknemer hoeft dan niet zelf een fiets te kopen.

De werkgever betaalt de fiets en meestal ook de kosten voor onderhoud en reparatie. Wel krijgt de werknemer te maken met een bijtelling bij het salaris. Uiteindelijk betaalt de werknemer daardoor enkele euro’s per maand extra belasting.

Geboorteverlof

Vanaf 1 juli 2020 kunnen partners in het eerste half jaar na de geboorte van de baby vijf weken extra geboorteverlof krijgen. Zij hebben dan recht op een uitkering van maximaal 70 procent van het dagloon, betaald door UWV.

Kindgebonden budget

Gezinnen met kinderen krijgen in 2020 een extra steun in de rug. Niet alleen wordt het kindgebonden budget in 2020 geïndexeerd. Het kabinet trekt bovendien structureel bijna 500 miljoen euro meer uit voor het kindgebonden budget. Zo’n 320.000 gezinnen krijgen er hierdoor gemiddeld bijna 1000 euro per jaar meer bij. Daarnaast krijgen bijna 300.000 meer gezinnen recht op kindgebonden budget. Gemiddeld gaan zij zo’n 600 euro per jaar ontvangen.

Regeling ‘onwerkbaar weer’ voor werkgevers

Op 1 januari 2020 treedt de Regeling onwerkbaar weer in werking. De regeling geldt bij buitengewone natuurlijke omstandigheden (bijvoorbeeld vorst, sneeuw en overvloedige regenval) en als aan de overige voorwaarden van deze regeling is voldaan. Een werkgever kan dan na het verstrijken van een aantal wachtdagen worden vrijgesteld van de loondoorbetalingsplicht.

Kleinere verschillen tussen vast en flexwerk

Op 1 januari 2020 gaat de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in. Dit pakket maatregelen verkleint de verschillen tussen vast en flexwerk. Hierdoor wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om mensen een vast contract te bieden. Terwijl flexibel werk mogelijk blijft waar het werk dat vraagt.

Door de invoering van de Wab kunnen de rechten en plichten van iedere werkgever en werknemer in Nederland veranderen. Zo krijgen mensen die werken op oproep- of payrollbasis te maken met veranderingen, net als mensen die in tijdelijke contracten werken.

Loonstrookje

Mensen die een uitkering vanuit de Participatiewet hebben of die een ANW-uitkering krijgen, gaan er op hun loonstrookje op vooruit doordat hun uitkering per 1 januari 2020 wordt geïndexeerd en doordat de algemene heffingskorting wordt verhoogd. Dat geldt ook voor mensen die rondkomen van alleen een AOW-uitkering.

Mensen met een aanvullend pensioen merken dat hun pensioen niet wordt geïndexeerd. Daar staat tegenover dat mensen meer overhouden van hun aanvullend pensioen dankzij wijzigingen in de belastingschijven en door de verhoging van de algemene heffingskorting. Bovendien ontvangen ook zij een hogere AOW-uitkering in het nieuwe jaar.

Bron : www.ed.nl/economie